Twitter!

Meer tweets

Roescher Projects

Maatwerk is ons werk

Collectie op maat
De Roescher Projects collectie biedt u een uitgebreide en zeer complete keuze in hoogwaardige zonweringsproducten. Mede dankzij een intensieve samenwerking met de meest vooraanstaande kwaliteitsleverancier B&C Products. Biedt Roescher Projects tevens de mogelijkheid een stof of kleur speciaal voor u te ontwikkelen. Roescher Projects gaat ver in het leveren van maatwerk.

Bedrukken van stoffen
Voeg een extra functioneel of juist decoratief element toe door zonwering te bedrukken met een ontwerp naar keuze. Creëer zo bijvoorbeeld zonwering in de eigen huisstijl. 
Roescher Projects informeert u graag over de vele mogelijkheden. Neemt u contact op met Roescher Projects op telefoonnummer (074) 2500230 of stuur een email naar: projecten@roescherzonwering.nl

De Roescher Zonwering projectencollectie

De B&C projectencollectie biedt een uitgebreide en zeer complete keuze in hoogwaardige zonweringproducten. De collectie is optimaal afgestemd op de eisen die gesteld worden op het gebied van ergonomie en klimaatbeheersing binnen gebouwen.

De gehele collectie is samengesteld uit brandvertragende materialen.

 

Naast deze standaard collectie is Roescher projects voor grotere projecten ingespeeld op maatwerk. Door onze brede leveranciersnetwerk in materialen kunnen wij naadloos aansluiten op de wensen van eindgebruikers en architecten. Voor advies kunt u zich wenden tot

projecten@roescherzonwering.nl

De toegevoegde waarde van zonwering

Het belang van de juiste zonwering is groot. Want goede zonwering draagt bij aan een optimaal leef- en werkklimaat. Belangrijk is dat de mens zich comfortabel voelt in de ruimte waar hij leeft of werkt. Licht en warmte spelen hierbij een belangrijke rol. 

Licht is van invloed op onze gemoedstoestand, gezondheid en gedrag. In ieder kantoor, ziekenhuis, fabriek of openbaar gebouw is het dan ook van belang voldoende aandacht aan dit onderwerp te besteden. Wij worden ons er steeds meer van bewust dat een goede daglichtregulering het welzijn en dus de productiviteit van de mens ten goede komt. Vooral op plaatsen waar met beeldschermen of displays wordt gewerkt kan directe lichtinval zeer hinderlijk zijn. Door reflectie van licht in het beeldscherm kunnen de ogen vermoeid raken en klachten ontstaan als hoofdpijn en concentratieverlies.

Ook de temperatuur in de woon- en werkruimte is van belang. In de zomer kan zonlicht ervoor zorgen dat de temperatuur in een ruimte oploopt naar extreme hoogtes. Ook hierdoor treedt vermoeidheid en concentratieverlies op.

Door toepassing van de juiste zonwering kunnen geschetste problemen worden voorkomen, en wordt een optimaal werk en leefklimaat gecreëerd.

Het mens-rendement model

Ergonoom Paul Settels heeft 3 belangrijke aspecten voor een optimale werkomgeving  vastgelegd in een model; het mens-rendement model. Ook bij het bepalen van de zon- en lichtwering is dit model van groot belang.

In dit model wordt de relatie gelegd tussen de aspecten ambiance/emotie, comfort/veiligheid en functionaliteit. Een goede balans tussen deze 3 leidt tot een optimaal rendement. Deze benadering maakt het rendement van de werkende mens tot het centrale thema bij het inrichten van nieuwe werkomgevingen.  

Voor wat betreft zonwering kan men denken aan de volgende aspecten:

Ambiance/Emotie: De mens moet zich prettig voelen in zijn omgeving. Men wil graag voldoende doorzicht naar buiten hebben om contact te houden met de buitenwereld. De zonwering moet daarnaast ook bijdragen aan kleur en sfeer van de ruimte.

Comfort / veiligheid: De mens moet zich comfortabel en veilig voelen. Zo moet zonwering voldoen aan de strenge eisen voor brandveiligheid en moet het bedienen ervan geen onveilige situatie opleveren.

Functionaliteit: Zonlicht en warmte moeten worden geweerd om hinderlijke schittering te voorkomen en een aangename temperatuur in de ruimte te behouden.

Wet- en regelgeving

Het werken met een beeldscherm is niet meer weg te denken uit onze huidige werkmaatschappij. Om ervoor te zorgen dat de werknemers op een zo goed mogelijke manier aan het werk kunnen, zijn er door de  overheid  wetten en regels opgesteld voor het inrichten van de werkplek. Ook licht-  en warmtewering zijn aspecten die hierin aan de orde komen. Hieronder volgt een kort overzicht van de huidige situatie op het gebied van wet- en regelgeving.


Europese richtlijn 90/270
Er is veel onderzoek gedaan om de eisen ten aanzien van die het werken met een beeldscherm vast te stellen. Hieruit is de Europese richtlijn 90/270 ontstaan: veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur. Deze richtlijn zegt dat de werkgever verantwoordelijk is voor de juiste voorzieningen op de werkplek, opdat de werkplek geen risico’s voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer oplevert.


Nederlandse wetgeving

In de Nederlandse wetgeving is de Europese richtlijn vertaald naar de Arbowet, artikel 3, waarin wordt gesteld dat de werkgever verplicht is een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid te voeren. In het Arbobesluit wordt deze regel verder uitgewerkt:
Art.5.12 nadere regels met betrekking tot de werkplek inrichting en beeldschermgebruik;
Art.6.3 voldoende dag- en/of kunstlicht;
Art.6.4 verplichte daglichttoetreding gelijk aan 1/20 van het vloeroppervlak;
Art.6.5 verplicht weren van invallend zonlicht;

In de Arboregelingen     
Art. 5.2d wordt gesteld dat alle ramen moeten worden voorzien van passende instelbare lichtwering. In ArboBeleidsregel 6.3 gaat men in op wat onder voldoende en doelmatig wordt verstaan en dit is terug te vinden  in NEN 3087 ‘Visuele ergonomie’.


NEN-EN 12464-1 Licht en verlichting-Werkplekverlichting

Wat eerst in de Nederlandse norm NEN 3087 over standaard verlichtingssterkte werd vastgelegd, wordt momenteel vervangen door een algemene Europese norm NEN-EN 12464-1. Voor wat betreft lichtinval stelt zij dat wanneer in één ruimte zowel wordt gelezen vanaf papier als ook met een met een beeldscherm wordt gewerkt, het gewenst is uit te gaan van een verlichtingssterkte van minimaal 200 lux op het werkvlak. Optimaal ligt deze rond de 500 lux. Het mag oplopen tot maximaal 800lux, dit zal de prestatie nauwelijks negatief beïnvloeden.

In praktische zin zijn deze regels vertaald naar de werkvloer. Ze zijn terug te vinden in een tweetal informatiebladen.

AI-2 werken met beeldscherm
In hoofdstuk 5 van dit normblad wordt ingegaan op werkomgeving en werkplekinrichting. Hierin wordt onder andere gesteld dat instelbare helderheidwering noodzakelijk is op de werkplek om de intensiteit van het licht op de werkplek te verminderen.

AI-7 kantoren
In dit informatieblad wordt ingegaan op de verlichting van kantoorruimtes. Hierbij wordt ingegaan op de verlichtingssterkte en luminantieverhouding. Ook het kwaliteitsaspect van daglichttoetreding en doorzicht naar buiten komt aan de orde.

Lichtwering

Een raam heeft tot doel licht naar binnen te laten en uitzicht te bieden naar buiten. Het is bewezen dat mensen zich prettiger voelen op de werk- of leefplek wanneer men contact heeft met de buitenwereld. Men wil weten wat voor weer het is, wat er in de omgeving gebeurt. Het is dus van belang dat er in een werkruimte licht kan toetreden. Maar ook weer niet te veel. Want zeker op een plek waar met beeldschermen gewerkt wordt, kan hinder ontstaan door een te hoge prikkeling van het oog door te veel daglicht of de reflectie van het venster in het beeldscherm. Een goede lichtwering is dus noodzakelijk.

Verlichtingssterkte en luminantie
Verlichtingssterkte (E) is de hoeveelheid licht per oppervlakte, uitgedrukt in lumen /m2 (lux). Een normale kantoorwerkplek moet verlicht zijn met een sterkte van gemiddeld 500 lux (NEN 3087/NEN-EN 12464).

Licht dat op een oppervlakte schijnt wordt door ons ook waargenomen met een bepaalde helderheid. Dit noemen we de luminantie (L), uitgedrukt in candela/m2 (cd/m2).

Enkele luminantiewaarden:
Gemiddeld werkvlak - 100cd/m2
Beeldscherm (CRT lichte achtergrond, donkere tekens) - 60cd/m2
Beeldscherm TFT - 100 tot 150cd/m2
Zon - 109 cd/m2
Gemiddeld daglicht - 104cd/m2

Bij het werken in een ruimte is het van belang dat de verschillende luminantiewaarden die het oog waarneemt in verhouding zijn, omdat het oog anders overprikkeld wordt. Dit kan leiden tot hoofdpijn, pijnlijke ogen en concentratieverlies, waardoor de foutkans ook toeneemt. Voor het inrichten van de werkplek wordt de volgende norm voor luminantieverhouding gehanteerd.
werkplek : werkomgeving : venster = 1: 10 : 30
Dit betekent bijvoorbeeld dat als op de werkplek een luminantiewaarde van 100cd/m2 wordt gemeten, in de werkomgeving de luminantiewaarde max. 1000cd/m2 mag zijn, en aan het venster niet meer dan 3000cd/m2.

Lichtwering  
Bij lichtwering spelen de volgende factoren een rol:
Transmissie (T): hoeveelheid licht die door de lichtwering heen valt;
Absorptie (A): hoeveelheid licht die door de lichtwering wordt opgenomen;
Reflectie (R): hoeveelheid licht die door de lichtwering wordt teruggekaatst;

Deze waarden worden uitgedrukt in percentages en samen zijn deze altijd 100%.

LTA-Waarde
Het is eenvoudig om te berekenen hoeveel licht er door het venster naar binnen komt, en welke zonwering nodig is om dit licht te reduceren. Hiervoor werken we met de LTA waarde.

De lichttoetredingsfactor of LTA-waarde geeft de verhouding weer tussen invallend zonlicht en het zichtbare licht, bij een loodrechte invalshoek.
LTA waarde =  invallend zonlicht  x  transmissiewaarde glas  x  transmissiewaarde zonwering
Transmissiewaarde glas
Blank enkel glas  0.9
Blank dubbel glas 0.8
HR glas 0.7-0 8

Voor een exacte berekening kan de glastransmissie-waarde het beste worden opgevraagd bij de glasleverancier. 

Voorbeeld
Bij gemiddeld daglicht heb je te maken met een lichtinval van ca.10.000cd/m2. Op de werkplek is een prettige lichtsterkte 100cd/m2. Om aan de luminantieverhouding te voldoen van 1:30  zul je dit licht dus terug moeten brengen naar 100*30 = 3000cd/m2. Dit betekent een totale LTA waarde van 30%. Wanneer we een situatie hebben met blank dubbel glas krijgen we de volgende berekening:
LTA waarde = 30% = 100% * 0.8 * transmissiewaarde zonwering
Minimaal benodigde transmissiewaarde zonwering is dan 30% / 80% =  0.375

Gevel oriëntatie
  
De hoeveelheid warmte en licht die naar binnen komt is uiteraard ook afhankelijk van de ligging in de omgeving en de gevelzijde. Het is daarom van belang de situatie van de in te richten plek te analyseren, om zo aan alle eisen van zon- en warmtewering te kunnen voldoen. 
De oost-, west- en zuidzijde zullen altijd te maken hebben met directe inval van zonlicht. De noordzijde heeft hier minder last van, maar er kan sprake zijn van hinderlijke weerkaatsing van het licht door een tegenoverliggend gebouw of bijvoorbeeld reflectie van witte wolken. 

De zoninval is het grootst:
Oost en West gevel : april tot september
Zuid-O en Zuid-W gevel : gehele jaar door
Zuid-gevels : van januari tot mei en augustus tot november

 

Warmtewering

Over het algemeen wordt de zoninval erg gewaardeerd door de mens. De zon straalt naast licht ook warmte naar binnen. In de winter is het prettig van deze warmte gebruik te maken als natuurlijke energiebron, in de zomer kan de ruimte echter onaangenaam hoge temperaturen aannemen.

Energiebesparing
Wanneer een gebouw te veel opwarmt, moet deze warmte worden bestreden met koelinstallaties. Het gebruik hiervan leidt tot hoge investeringskosten en een hoog energiegebruik. Bovendien wordt het milieu hiermee belast. Door een juiste toepassing van zonwering kan ook de warmte worden geweerd of worden benut, wat tot aanzienlijke besparingen kan leiden. 

Warmtewering
Bij de berekening van de hoeveelheid warmte (=energie) die wordt doorgegeven aan een ruimte spelen een aantal factoren een rol. Het gaat om het totaal van glastype en zonwering dat uiteindelijk de warmteafgifte bepaalt. Ook bij energiestralen hebben we te maken met absorptie, reflectie en transmissie waarde. Deze worden aangeduid met de termen:
Solar-absorptie: hoeveelheid energie die door de zonwering wordt opgenomen.
Solar-transmissie: hoeveelheid energie die door de zonwering heen valt.
Solar-reflectie: hoeveelheid energie die door de zonwering wordt teruggekaatst.

De totale energietransmissie van een stof wordt bepaald door de G-waarde. De G-waarde bestaat uit de som van de directe warmtetransmissie en het gedeelte van de geabsorbeerde straling die naar de binnenomgeving toestroomt (indirecte warmtetransmissie). Met behulp van de G-waarde kan worden berekend hoeveel warmte de ruimte binnenstroomt.

ZTA-waarde
Bij invallende zonnestraling heeft men niet alleen te maken met de energietransmissie van de zonwering, ook het raam (=glas) heeft een bepaalde transmissiewaarde. De combinatie van het raam en de zonwering bepaalt uiteindelijk de invallende warmte.

De zontoetredingsfactor (ZTA waarde) is de factor waarmee de totale hoeveelheid op het venster vallende zonnestraling moet worden vermenigvuldigd om de binnenkomende hoeveelheid zonnestraling te berekenen. Het gaat hier om de totale hoeveelheid energie die door raam en zonwering straalt en aan de ruimte wordt afgegeven. Voor een open raam zonder zonwering bedraagt deze waarde dus 1. Dat betekent dat 100% van de warmte binnenkomt. De ZTA waarde van zonwering wordt dus altijd gemeten in combinatie met  vensterglas. 
ZTA waarde = invallende zonnestraling x ZTA-waarde glas x G-waarde zonwering
Blank enkel glas  0.8
Blank dubbel glas 0.7                
HR glas 0.6-0.7
Voor een exacte berekening kan de glastransmissie het beste worden opgevraagd bij de glasleverancier.

Voorbeeld berekening van een stof met G-waarde 0.45 en enkel glas en 100% lichtinval:
ZTA = 100% * 0.8 * 0.45 = 36%
Soms spreekt men ook van de ZTR waarde, de relatieve zontoetredinsfactor.
ZTR-waarde = ZTA-waarde / transmissie-waarde glas

Zonweringsfactor horizontale jaloezieën
Aluminium jaloezieën hebben een hoge solar-reflectiewaarde. Dit is toe te schrijven aan het materiaal van de lamellen, en de ronde vorm. Hoe hoger de waarde, des te meer straling gereflecteerd wordt. Ook voor horizontale jaloezieën kan worden gemeten hoeveel energie wordt doorgegeven aan de ruimte, afhankelijk van de stand van de lamellen en de hoek waaronder de zonnestraling binnenvalt. Dit noemt men de zonweringsfactor (F). Dit getal geeft de verhouding tussen de energie die de ruimte binnendringt bij een raam waar een jaloezie voorhangt en een gelijke situatie zonder jaloezie. Hierbij wordt dus eigenlijk gemeten hoeveel energie wordt opgebouwd tussen het venster en de jaloezie. Een lage transmissiewaarde betekent een hoge isolatiewaarde.
Zonweringsfactor: F totaal  = invallende zonnestraling * transmissiewaarde jaloezie
De zonweringsfactor op de kaarten van de B&C projectcollectie is gemeten bij dubbelglas met een waarde van 2,8 W/m2 K waarbij de zon onder een hoek van 45˚ op het raam valt. Deze zonweringfactor varieert bij een andere stand van de zon. De mate van variatie hangt iets af van de kleur van de lamel, gemiddeld is de isolatie bij een stand van de zon van 30˚ 0,02 slechter. En bij een zonnestand van 55˚ 0,02 beter, ongeacht de stand van de lamellen.

Fotoimpressie

Info

Bekijk onze video's